Mistoestanden Melden

Dit betreft een regeling voor het omgaan met een Vermoeden van een Mistoestand binnen de Belgische dochterondernemingen van Plukon Food Group B.V., hierna de “Klokkenluidersregeling”.

Het belangrijkste doel van de Klokkenluidersregeling is dat op deze wijze de leiding van de onderneming op de hoogte wordt gebracht van gevaarlijke of illegale activiteiten die risico’s opleveren voor de onderneming, werknemers, de omgeving of de maatschappij. Daarbij dienen de werknemers op een verantwoorde wijze een melding te kunnen doen, zonder negatieve gevolgen voor hun positie.

Bij een Mistoestand kan men bijvoorbeeld denken aan (een vermoeden van) een overtreding van de wet- en regelgeving (zoals fraude, verduistering, corruptie) of het veroorzaken van een situatie waardoor personeel of derden in gevaar (kunnen) worden gebracht. De schadelijke overtreding moet het persoonlijk belang van de klokkenluider/melder overstijgen, bijvoorbeeld doordat er sprake is van een zekere mate van ernst of omvang of van een structureel karakter. Mistoestanden die gemeld kunnen worden zijn bijvoorbeeld:

  • Het illegaal lozen van afval;
  • Het opzettelijk besmetten of vervalsen van producten (voedselfraude); of
  • Het vermoeden dat collega’s prijsafspraken maken met een concurrent.

De Klokkenluidersregeling biedt daarnaast de mogelijkheid om tijdig maatregelen te kunnen nemen om een einde te maken aan een Mistoestand voordat een van de risico’s zich verwezenlijkt.

Mistoestanden die niet gemeld kunnen worden op basis van de Klokkenluidersregeling zijn persoonlijke klachten (bijvoorbeeld over de werkplek, de relatie met collega’s of leidinggevende). Deze klachten kunnen worden gemeld volgens de procedure “Psychosociale risico’s op het werk” zoals opgenomen in het arbeidsreglement.

Artikel 1. Begripsbepalingen

1. In de Klokkenluidersregeling wordt verstaan onder:

a. Werknemer:Degene die krachtens arbeidsovereenkomst arbeid verricht of heeft verricht dan wel degene die anders dan uit dienstbetrekking arbeid verricht of heeft verricht;

b. Werkgever:De Belgische dochterondernemingen van Plukon Food Group B.V, welke krachtens arbeidsovereenkomst arbeid laten verrichten of hebben laten verrichten dan wel anders dan uit dienstbetrekking arbeid laten verrichten of hebben laten verrichten;

c. Vermoeden van een Mistoestand: Het vermoeden van een Werknemer dat, binnen de organisatie waarin hij werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie, indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een Mistoestand, voor zover: 1) Het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de Werknemer bij zijn Werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de Werknemer heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en

2.  Het maatschappelijk belang in het gedrang is bij:

I. de (dreigende) schending van een wettelijk voorschrift, waaronder een (dreigend) strafbaar feit;

II. een (dreigend) gevaar voor de volksgezondheid;

III. een (dreigend) gevaar voor de veiligheid van personen;

IV. een (dreigend) gevaar voor de aantasting van het milieu;

V. een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten;

VI. een (dreigend) gevaar van verlies voor, dan wel schade aan de Werkgever;

VII. een (dreigende) schending van andere regels dan een wettelijk voorschrift;

VIII. een (dreigende) verspilling van overheidsgeld;

IX. (een dreiging van) het bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over de onder i t.e.m. viii hierboven genoemde feiten.

Bij een Mistoestand kan men bijvoorbeeld denken aan (een vermoeden van) een overtreding van de wet- en regelgeving (zoals fraude, verduistering, corruptie) of het veroorzaken van een situatie waardoor personeel of derden in gevaar (kunnen) worden gebracht. De schadelijke overtreding moet het persoonlijk belang van de Melder overstijgen, bijvoorbeeld doordat sprake is van een zekere mate van ernst of omvang of van een structureel karakter. Mistoestanden die gemeld kunnen worden zijn bijvoorbeeld:

  • Het lozen van illegaal afval;
  • Het opzettelijk besmetten of vervalsen van producten (voedselfraude); of
  • Het vermoeden dat collega’s prijsafspraken maken met een concurrent.

Mistoestanden die niet gemeld kunnen worden op basis van de Klokkenluidersregeling zijn persoonlijke klachten (bijvoorbeeld over de werkplek, de relatie met collega’s of leidinggevende). Deze klachten kunnen worden gemeld volgens de procedure “Psychosociale risico’s op het werk” zoals opgenomen in het arbeidsreglement.

d. Externe Contactpersoon:Degene die is aangewezen door de Werkgever om als externe derde op te treden en het meldingsproces van de Melder  te begeleiden en/of de  Melder te voorzien van advies;

e. Externe Instantie: i) Een instantie die is belast met de opsporing van strafbare feiten, ii) Een instantie die is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift, iii) Een andere daartoe bevoegde instantie waar het Vermoeden van een Mistoestand kan worden gemeld;

f. Externe Derde: Iedere organisatie of vertegenwoordiger van een organisatie die naar het redelijk oordeel van de Melder in staat mag worden geacht direct of indirect het Vermoeden van een Mistoestand te kunnen oplossen of te doen oplossen;

g. Leidinggevende: De directe leidinggevende van de Melder;

h. Melding: De melding van een Vermoeden van een Mistoestand op grond van de Klokkenluidersregeling;

i. Melder: De Werknemer die een Vermoeden van een Mistoestand heeft gemeld op grond van de Klokkenluidersregeling;

j. Hoogste Leidinggevende van de Werkgever: De managing director van Plukon België, thans de heer Ron Priem;

k. Hoogste Leidinggevende van de Vestiging: De persoon die de dagelijkse leiding heeft over de vestiging waar de Werknemer werkzaam is (plantmanager);

l. CEO Plukon Food Group B.V.: Thans de heer Peter Poortinga;

m. Interne Contactpersoon: Director Legal Affairs, thans de heer Brett Bos, die in het kader van deze Klokkenluidersregeling Interne Contactpersoon is met het oog op het tegengaan van benadeling. In uitzonderlijke gevallen kan – al dan niet op verzoek van de Melder – een ander persoon als Interne Contactpersoon worden aangewezen door de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever in overleg met de Melder.

n. Onderzoekers: Degenen aan wie de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever het onderzoek naar de Mistoestand opdraagt, in dit kader wordt eveneens verwezen naar artikel 11, lid 4;

o. Vertrouwenspersoon: Degene die is aangewezen om als zodanig voor de organisatie van de Werkgever te fungeren.

3. Daar waar in de Klokkenluidersregeling de hij-vorm wordt gebruikt, dient mede de zij-vorm te worden gelezen.

Artikel 2. Interne Melding door de Werknemer

De Werknemer met een Vermoeden van een Mistoestand binnen de organisatie van de Werkgever kan daarvan – ter vrije keuze van de Werknemer – melding doen bij:
– zijn Leidinggevende, of
– de Hoogste Leidinggevende van de Vestiging, of
– de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever, of, indien artikel 9 lid 4 van toepassing is, de CEO van Plukon Food Group B.V., of
– de Externe Contactpersoon, of
de Vertrouwenspersoon.

Zie tevens “Schematisch overzicht Plukon België” (bijlage 1). Voor het “Overzicht functies en contactgegevens” (bijlage 2) worden Werknemers van Plukon verwezen naar het mededelingenbord op de vestiging.

Artikel 3. Melding door een werknemer van een andere organisatie

Een werknemer van een andere organisatie die door zijn werkzaamheden met de organisatie van de Werkgever in aanraking is gekomen, en een Vermoeden van een Mistoestand binnen de organisatie van de Werkgever heeft, kan daarvan Melding doen bij de Externe Contactpersoon.

Artikel 4. Informatie, advies en ondersteuning voor de Werknemer

  1. De Werknemer kan de Interne of Externe Contactpersoon verzoeken om informatie, advies en ondersteuning inzake het Vermoeden van een Mistoestand.
  2. De Werknemer kan voor informatie, advies en ondersteuning ook een eigen adviseur, die uit hoofde van zijn functie een geheimhoudingsplicht heeft, in vertrouwen raadplegen.

Artikel 5. Bescherming van de Melder tegen benadeling

  1. De Werkgever zal de Melder niet benadelen ten gevolge het te goeder trouw en naar behoren melden van een Vermoeden van een Mistoestand.
  2. Onder benadeling als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan het nemen van een benadelende maatregel, zoals:

a. het verlenen van ontslag, anders dan op eigen verzoek;

b. het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van een tijdelijk dienstverband;

c. het niet omzetten van een tijdelijk dienstverband in een vast dienstverband;

d. het treffen van een disciplinaire maatregel;

e. het opleggen van een onderzoeks-, spreek-, werkplek- en/of contactverbod aan de Melder of collega’s van de Melder;

f. de opgelegde benoeming in een andere functie;

g. het uitbreiden of beperken van de taken van de Melder, anders dan op eigen verzoek;

h. het verplaatsen of overplaatsen van de Melder, anders dan op eigen verzoek;

i. het weigeren van een verzoek tot het verplaatsen of overplaatsen van de Melder;

j. het wijzigen van de werkplek of het weigeren van een verzoek daartoe;

k. het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning, bonus, of toekenning van vergoedingen;

l. het onthouden van promotiekansen;

m. het niet accepteren van een ziekmelding, of de Werknemer als ziek geregistreerd laten;

n. het afwijzen van een verlofaanvraag;

o. het verlenen van verlof, anders dan op eigen verzoek.

  1. Van benadeling zoals bedoeld in het eerste lid is ook sprake als een redelijke grond aanwezig is om de Melder aan te spreken op zijn functioneren of een benadelende maatregel als bedoeld in het tweede lid jegens hem te nemen, maar de maatregel die de Werkgever neemt niet in redelijke verhouding staat tot die grond.
  2. Indien de Werkgever jegens de Melder binnen afzienbare tijd na het doen van een Melding overgaat tot het nemen van een benadelende maatregel zoals bedoeld in het tweede lid, motiveert hij waarom hij deze maatregel nodig acht en dat deze maatregel geen verband houdt met het te goeder trouw en naar behoren melden van een Vermoeden van een Mistoestand.
  3. De Werkgever draagt er zorg voor dat leidinggevenden en collega’s van de Melder zich onthouden van iedere vorm van benadeling in verband met het te goeder trouw en naar behoren melden van een Vermoeden van een Mistoestand, die het professioneel of persoonlijk functioneren van de Melder belemmert. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

a. het pesten, negeren en uitsluiten van de Melder;

b. het maken van ongefundeerde of buitenproportionele verwijten ten aanzien van het functioneren van de Melder;

c. het feitelijk opleggen van een onderzoeks-, spreek-, werkplek- en/of contactverbod aan de Melder of collega’s van de Melder, op welke wijze dan ook geformuleerd;

d. het intimideren van de Melder door te dreigen met bepaalde maatregelen of gedragingen als hij zijn Melding doorzet.

6. De Werkgever spreekt Werknemers die zich schuldig maken aan benadeling van de Melder daarop aan en kan hen een waarschuwing geven of een disciplinaire maatregel opleggen.

Artikel 6. Het tegengaan van benadeling van de Melder

  1. De aangewezen Interne Contactpersoon bespreekt onverwijld, samen met de Melder, welke risico’s op benadeling aanwezig zijn, op welke wijze die risico’s kunnen worden beperkt en wat de Werknemer kan doen als hij van mening is dat er sprake is van benadeling. De Interne Contactpersoon draagt zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en legt deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan de Melder. De Melder ontvangt hiervan een afschrift.
  2. Indien de Melder van mening is dat er sprake is van benadeling, kan hij dat onverwijld bespreken met de Interne Contactpersoon. De Interne Contactpersoon en de Melder bespreken ook welke maatregelen genomen kunnen worden om benadeling tegen te gaan. De Interne Contactpersoon draagt zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en legt deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan de Melder. De Interne Contactpersoon stuurt het verslag onverwijld door aan de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever. De Melder ontvangt hiervan een afschrift.
  3. De Hoogste Leidinggevende van de Vestiging, dan wel de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever draagt er zorg voor dat de maatregelen die nodig zijn om benadeling tegen te gaan worden genomen.

Artikel 7. Bescherming van andere betrokkenen tegen benadeling

  1. De Werkgever zal de Leidinggevende en de Vertrouwenspersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in de Klokkenluidersregeling beschreven taken.
  2. De Werkgever zal de Interne Contactpersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in de Klokkenluidersregeling beschreven taken.
  3. De Werkgever zal de Externe Contactpersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in de Klokkenluidersregeling beschreven taken.
  4. De Werkgever zal de Onderzoekers die in dienst zijn van de Werkgever niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in de Klokkenluidersregeling beschreven taken.
  5. De Werkgever zal een Werknemer die wordt gehoord door de Onderzoekers niet benadelen in verband met het te goeder trouw afleggen van een verklaring.
  6. De Werkgever zal een Werknemer niet benadelen in verband met het door hem aan de Onderzoekers verstrekken van documenten die naar zijn redelijk oordeel van belang zijn voor het onderzoek.
  7. Op benadeling van de in het eerste t.e.m. het zesde lid bedoelde personen zijn artikel 5, tweede t.e.m. zesde lid overeenkomstig van toepassing.

Artikel 8. Vertrouwelijke omgang met de Melding en de identiteit van de Melder

  1. De Werkgever draagt er zorg voor dat de informatie over de Melding zodanig wordt bewaard dat deze fysiek en digitaal alleen toegankelijk is voor diegenen die bij de behandeling van deze Melding betrokken zijn.
  2. Al diegenen die bij de behandeling van een Melding betrokken zijn maken de identiteit van de Melder niet bekend zonder uitdrukkelijke schriftelijke instemming van de Melder en gaan met de informatie over de Melding vertrouwelijk om.
  3. Indien het Vermoeden van een Mistoestand is gemeld via de Externe Contactpersoon en de Melder geen toestemming heeft gegeven om zijn identiteit bekend te maken, wordt alle aan de Melder gerichte correspondentie over de Melding verstuurd aan de Externe en de Interne Contactpersoon en stuurt de Externe of Interne Contactpersoon die onverwijld door aan de Melder.

Artikel 9. Vastlegging, doorsturen en ontvangstbevestiging van de Melding

  1. Indien de Melding schriftelijk wordt gedaan, ontvangen de Melder, de Interne Contactpersoon en de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever daarvan een bevestiging en een afschrift van degene aan wie de Melding is gedaan.
  2. Indien de Werknemer de Melding mondeling doet of een schriftelijke Melding van een mondelinge toelichting voorziet, draagt degene waarbij de Melding is gedaan, in overleg met de Melder, zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en legt hij deze vaststelling ter goedkeuring en ondertekening voor aan de Melder. De Melder, de Interne Contactpersoon en de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever ontvangen hiervan een afschrift van degene aan wie de Melding is gedaan.
  3. Indien de Melder of degene waarbij de Melding is gedaan een redelijk vermoeden heeft dat de Interne Contactpersoon bij de Vermoede Mistoestand betrokken is, stuurt degene aan wie de Melding is gedaan – in overleg met de Melder – de Interne Contactpersoon, in afwijking van artikel 9, eerste en tweede lid, geen bevestiging en afschrift van de Melding.
  4. Indien de Melder of degene aan wie de Melding is gedaan een redelijk vermoeden heeft dat de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever bij de Vermoede Mistoestand betrokken is, stuurt degene bij wie de Melding is gedaan, de Melding onverwijld door aan de CEO van Plukon Food Group B.V. In dat geval dient in de Klokkenluidersregeling voor “de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever” verder “de CEO van Plukon Food Group B.V.” te worden gelezen.
  5. Na ontvangst van de Melding stelt de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever de Melder in de gelegenheid, zich uit te laten of er zich in casu een uitzonderlijk geval voordoet, waardoor de Director Legal Affairs zou moeten worden vervangen door een andere persoon als Interne Contactpersoon.
  6. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever stuurt zowel de Melder, als de Interne Contactpersoon, onverwijld een bevestiging dat de Melding is ontvangen. De ontvangstbevestiging bevat in ieder geval een zakelijke beschrijving van de Melding, de datum waarop deze is ontvangen en een afschrift van de Melding.

Artikel 10. Bescherming persoonsgegevens

Zowel de Interne als Externe Contactpersoon, de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever dan wel de CEO van Plukon Food Group B.V., de Leidinggevende, de Vertrouwenspersoon, de Hoogste Leidinggevende van de Vestiging en de Onderzoekers , dienen ervoor te zorgen dat de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de Melding en het onderzoek:

  • Toereikend, relevant en niet-overmatig zijn voor de behandeling van de Melding;
  • Beperkt blijven tot aanduidingen van feiten, en in principe geen waardeoordelen bevatten, waardoor subjectieve appreciaties in de regel moeten worden geweerd;
  • Die onbewezen feiten uitmaken, uitdrukkelijk als dusdanig worden aangemerkt;
  • Niet langer worden bewaard dan nodig voor de behandeling van de Melding, inclusief de eventuele gerechtelijke- of tuchtprocedures tegen de beklaagde (in geval van gegronde melding) of tegen de Melder in geval van valse meldingen of lasterlijke aantijgingen;
  • Slechts worden verwerkt in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679.

Artikel 11. Behandeling van de melding door de Werkgever

  1. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever stelt een onderzoek in naar het gemelde Vermoeden van een Mistoestand. Het onderzoek naar het gemelde Vermoeden van een Mistoestand zal worden ingesteld, tenzij:

a. Het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden, of

b. Op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een Vermoeden van een Mistoestand.

. Indien de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de Melder en de Interne en eventueel Externe Contactpersoon hierover schriftelijk binnen twee weken na de interne Melding. Daarbij wordt tevens aangegeven op grond waarvan de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever van oordeel is dat het Vermoeden van  een Mistoestand niet gebaseerd is op redelijke gronden, of dat op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een Vermoeden van een Mistoestand.

  1. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever draagt het onderzoek op aan Onderzoekers die onafhankelijk en onpartijdig zijn, en laat het onderzoek in ieder geval niet uitvoeren door personen die mogelijk betrokken zijn of zijn geweest bij het vermoeden van een Mistoestand.
  2. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever informeert de Melder en de Interne en eventueel Externe Contactpersoon onverwijld schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever stuurt de Melder daarbij een afschrift van de onderzoeksopdracht, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.
  3. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever informeert de personen op wie een Melding betrekking heeft over de Melding, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad.
  4. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever houdt de Interne Contactpersoon op de hoogte van het verloop van het onderzoek.

Artikel 12. De uitvoering van het onderzoek

  1. De Onderzoekers stellen de Melder in de gelegenheid te worden gehoord. De Onderzoekers dragen zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en leggen deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan de Melder. De Melder ontvangt hiervan een afschrift.
  2. De Onderzoekers kunnen ook anderen horen. De Onderzoekers dragen zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en leggen deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan degene die gehoord is. Degene die gehoord is ontvangt hiervan een afschrift.
  3. De Onderzoekers kunnen binnen de organisatie van de Werkgever alle documenten inzien en opvragen die zij voor het doen van het onderzoek redelijkerwijs nodig achten.
  4. Werknemers mogen de Onderzoekers alle documenten verstrekken waarvan zij het redelijkerwijs nodig achten dat de Onderzoekers daar in het kader van het onderzoek kennis van nemen.
  5. De Onderzoekers stellen een concept van het onderzoeksrapport op en stellen de Melder in de gelegenheid daar opmerkingen bij te maken, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.
  6. De Onderzoekers maken vervolgens het onderzoeksrapport op. Zij sturen de Melder en de personen waarop de Melding betrekking heeft hiervan een afschrift, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.
  7. Indien het onderzoek aantoont:
  • dat de Melding ongegrond was en tevens uit het onderzoek blijkt dat de Melder te kwader trouw heeft gehandeld dan wel misbruik van de Klokkenluidersregeling heeft gemaakt, of
  • dat de externe Melding niet voldoet aan de vereisten zoals voorgeschreven in artikel 16,

dan kunnen disciplinaire sancties worden getroffen in overeenstemming met het dan geldende arbeidsreglement, waarbij een ontslag (om dringende reden) niet wordt uitgesloten.

Artikel 13. Standpunt van de Werkgever

  1. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever waarbij de Melding in behandeling is informeert de Melder binnen acht weken na de Melding schriftelijk over het inhoudelijk standpunt met betrekking tot het gemelde Vermoeden van een Mistoestand. Daarbij wordt tevens aangegeven tot welke stappen de Melding heeft geleid.
  2. Indien duidelijk wordt dat het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, informeert de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever waarbij de Melding in behandeling is de Melder daar schriftelijk over. Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn de Melder het standpunt tegemoet kan zien. De verlenging van de termijn mag maximaal vier weken bedragen.
  3. Het eerste en tweede lid zijn overeenkomstig van toepassing op de personen op wie de Melding betrekking heeft, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad.

Artikel 14. Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt Werkgever

  1. De Werkgever stelt de Melder in de gelegenheid om op het onderzoeksrapport en het standpunt van de Werkgever te reageren.
  2. Indien de Melder in reactie op het onderzoeksrapport of het standpunt van de Werkgever op onderbouwde wijze aangeeft dat het Vermoeden van een Mistoestand niet daadwerkelijk of niet deugdelijk is onderzocht of dat in het onderzoeksrapport of het standpunt van de Werkgever sprake is van wezenlijke onjuistheden, reageert de Werkgever hier inhoudelijk op en zal de CEO van Plukon Food Group B.V. haar standpunt kenbaar maken en zo nodig een nieuw of aanvullend onderzoek instellen. Op dit nieuwe of aanvullende onderzoek zijn de artikelen 10 t.e.m. 14 overeenkomstig van toepassing.

Artikel 15. Intern en extern onderzoek naar benadeling van de Melder

  1. De Melder die meent dat er sprake is van benadeling in verband met het doen van een Melding, kan de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever, of indien er een redelijk vermoeden is waaruit blijkt dat de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever betrokken is bij de vermoede mMistoestand, de CEO van Plukon Food Group B.V. verzoeken om onderzoek te doen naar de wijze waarop er binnen de organisatie met hem wordt omgegaan.
  2. De artikelen 10 t.e.m. 16 zijn op dit onderzoek overeenkomstig van toepassing.
  3. Het eerste en tweede lid zijn overeenkomstig van toepassing op de in artikel 7, eerste t.e.m. vijfde lid bedoelde personen.

Artikel 16. Externe melding

  1. Na het doen van een interne Melding van een Vermoeden van een Mistoestand bij de in artikel 2 onder lid 1 genoemde personen, kan de melder een externe Melding doen bij een Externe Instantie die daarvoor naar het redelijk oordeel van de Melder het meest in aanmerking komt indien:
  • De Melder het niet eens is met het standpunt als bedoeld in artikel 13 en van oordeel is dat het vermoeden ten onrechte terzijde is gelegd;
  • De Melder geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijn als bedoeld in artikel 13, eerste of tweede lid.
  1. De Melder kan direct een externe Melding doen bij een Externe Instantie indien het eerst doen van een interne Melding in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd. Dat is in ieder geval aan de orde indien dit uit enig wettelijk voorschrift voortvloeit.
  2. Indien naar het redelijk oordeel van de Melder het maatschappelijk belang zwaarder weegt dan het belang van de Werkgever bij geheimhouding, kan de Melder de externe Melding ook doen bij een Externe Derde. Voorwaarde voor het doen van een externe Melding bij een Externe Derde is, dat:
  • Voldaan is aan lid 1 en lid 2 van dit artikel 16 en dat de Melder een redelijke afweging maakt of het maatschappelijk belang bij het doen van die externe Melding zwaarder weegt dan het belang van de Werkgever bij geheimhouding; en
  • De Melder een externe Melding op proportionele wijze doet en de Werkgever geen onnodige schade berokkent.

4. Een externe Melding die in strijd met dit artikel 16 wordt gedaan, kan aanleiding geven tot het toepassen van sancties door de Werkgever, zoals bedoeld in artikel 12 lid 7.

Artikel 17. Publicatie, rapportering en evaluatie

  1. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever draagt er zorg voor dat de Klokkenluidersregeling wordt gepubliceerd op de informatieborden en openbaar wordt gemaakt op de website van de Werkgever.
  2. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever stelt jaarlijks een rapport op over het beleid aangaande het omgaan met het melden van Vermoedens van Mistoestanden en van onregelmatigheden en de uitvoering van de Klokkenluidersregeling in België. Dit rapport bevat in ieder geval:

a. Informatie over het in het afgelopen jaar gevoerde beleid aangaande het omgaan met het melden van Vermoedens van Mistoestanden en onregelmatigheden en het in het komende jaar te voeren beleid op dit vlak;

b. Informatie over het aantal meldingen en een indicatie van de aard van de meldingen, de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de Werkgever;

c. Algemene informatie over de ervaringen met betrekking tot het tegengaan van benadeling van de Melder;

d. Informatie over het aantal verzoeken om onderzoek naar benadeling in verband met het doen van een Melding en een indicatie van de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de Werkgever.

  1. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever stuurt het concept voor het in het vorige lid bedoelde rapport ter bespreking aan de ondernemingsraad, waarna dit in een overlegvergadering met de ondernemingsraad wordt besproken.
  2. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever stelt de ondernemingsraad in de gelegenheid zijn standpunt over het beleid aangaande het omgaan met het melden van Vermoedens van Mistoestanden, de uitvoering van de Klokkenluidersregeling, en de rapportage kenbaar te maken. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever draagt zorg voor de verwerking van het standpunt van de ondernemingsraad in het rapport.

Artikel 18. Inwerkingtreding Klokkenluidersregeling

  1. De Klokkenluidersregeling treedt in werking op 12 maart 2019.
  2. De Klokkenluidersregeling wordt aangehaald als de Klokkenluidersregeling voor het omgaan met het melden van een Vermoeden van een Mistoestand bij de Belgische dochterondernemingen van Plukon Food Group B.V.

Artikel 19

Wijziging van deze klokkenluidersregeling zal met inachtneming van de normale procedures geldend binnen de Belgische dochterondernemingen van Plukon Food Group B.V. geschieden.

Bijlagen:

  • Bijlage 2: Overzicht functies en contactgegevens. Voor deze bijlage worden Werknemers van Plukon verwezen naar het mededelingenbord op de vestiging.

Contactgegevens SDWorx
Telefoonnummer: +32 3 220 20 60
E-mailadres: integrity.plukon@sdworx.com

Voor andere meldgegevens – anders dan SDWorx – zie de contactgegevens op de plaatselijke mededelingenborden.

Menu